Terug naar de inhoudsopgaaf

HET DAGELIJKS LEVEN IN HET OUDE ROME

2. HET SCHOUWTONEEL: DE STAD, HAAR GEVAREN EN HAAR ONGEMAKKEN

A. DE AFSTANDEN

De ongemakken, verbonden aan het wonen in Rome in de Keizertijd, zijn legio. Bij die talrijke ongemakken is er natuurlijk ook klein ongerief. Zo moest men soms zeer grote afstanden altijd te voet afleggen (tenzij men beschikte over een draagstoel en vier slaven) om van een plaats een andere plaats te bereiken, om bijvoorbeeld een familielid te bezoeken, of om de patronus de ochtendgroet te brengen, of om ... .

De epigrammendichter Martialis krijgt van een vriend het verwijt te horen dat hij hem niet is komen opzoeken. Martialis verdedigt zich met de volgende verontschuldiging: 

Martialis, Epigrammen II 5

"Ik mag doodvallen, Decianus, als ik niet alle dagen en nachten bij jou wil zijn. Maar 't zijn maar liefst drie kilometer die ons scheiden, en als ik daar de terugweg bijtel, worden dat er al gauw zes. Komt daar nog bij dat je vaak niet thuis bent. En soms wordt me gezegd dat je er niet bent, ook al ben je wel thuis. Ik weet het wel, als advocaat heb je het natuurlijk druk, en af en toe wil je ook wel wat tijd voor jezelf. Laat me het zo stellen, Decianus: het doet me plezier om drie kilometer te lopen om je te zien, maar het doet me pijn om zes kilometer te lopen om je niet te zien."

En wanneer de dichter Horatius tijdens een wandeling op het Forum Romanum plots wordt lastiggevallen door een "plakvlieg", een vervelende kerel die hem van geen vin meer lost, probeert hij die rotvent te ontmoedigen door te zeggen dat hij een zieke vriend gaat bezoeken, aan de overzijde van de Tiber. Spijtig voor Horatius sorteert zelfs het schrikbeeld van die afstand niet het gewenste effect en blijft de "plakvlieg" hem volgen...

Terug naar de inhoudsopgaaf