Terug naar de inhoudsopgaaf

HET DAGELIJKS LEVEN IN HET OUDE ROME

2. HET SCHOUWTONEEL: DE STAD, HAAR GEVAREN EN HAAR ONGEMAKKEN

G. VERZENDING VAN BRIEFWISSELING

a. Door het staatsapparaat

We stellen ons zelden vragen als we een brief op de post doen. We weten immers dat onze brief, als hij voor het binnenland bestemd is, waarschijnlijk reeds de volgende dag zal besteld worden en dat hij, als hij bestemd is voor het buitenland, zelden meer dan een of twee weken zal onderweg zijn. Dit is te danken aan de bestaande, goed gestructureerde internationale postdienst. Ook in Rome bestond er een door de staat georganiseerde postdienst die evenwel uitsluitend door de overheid mocht gebruikt worden. Deze postdienst verzorgde de verbinding tussen de centrale overheid in Rome en de burgerlijke en militaire autoriteiten in de rest van het rijk.

Het postverkeer verliep langs het onvolprezen Romeinse wegennet. Op regelmatige afstanden van elkaar waren er langs die heirbanen afspanningen waar ijlboden gestationeerd waren, die alles wat ze aan officiële documenten en brieven ontvingen, met grote spoed naar het volgende station brachten.

De hoogste ambtenaren die verantwoordelijk waren voor het goed functioneren van de postdienst, moesten ervoor zorgen dat de wegen en de bruggen in goede staat waren en bleven, en natuurlijk ook dat de dienst zelf goed werkte: dat er dus voldoende manschappen en paarden waren, dat het personeel goed werkte en dat de paarden goed gevoed en goed behandeld werden.
 

b. Door particulieren

Van dit goed geoliede apparaat mochten particulieren evenwel geen gebruik maken. Zij waren voor de verzending van hun brieven aangewezen op eigen middelen. Om brieven naar verre bestemmingen te brengen, gebruikten particulieren cursores en voor het bezorgen van correspondentie op kleinere afstanden (of binnen de stad zelf) gebruikten ze tabellarii. Zowel de tabellarii als de cursores waren doorgaans eigen slaven van de briefschrijver.

Voor verre bestemmingen deed men echter ook een beroep op vrienden die toevallig naar een bestemming buiten Rome vertrokken, of op kooplui die een bepaald reisdoel hadden, of op gastvrienden die terug naar huis gingen, of zelfs op cursores die van andere bestemmingen naar Rome waren gekomen om er een brief te bezorgen en die nu huiswaarts keerden.

Stilaan was dus bij mensen, die veel brieven schreven, een systeem gegroeid van onderlinge hulp bij de bestelling van hun correspondentie. En desondanks gebeurde het niet zelden dat een brief, die klaar was voor verzending, bij gebrek aan eigen cursores nog enige tijd bij de afzender lag alvorens zich een passende gelegenheid voordeed om hem ter bestemming te krijgen.

Daar de bestelling van brieven toch een delicate aangelegenheid was die men niet aan om het even wie durfde toevertrouwen (zo moest het briefgeheim gegarandeerd blijven!), was de keuze van de juiste koerier (of hij nu een vrije of een slaaf was) om de brief te bestellen vaak het voorwerp van speciale zorg.

Terug naar de inhoudsopgaaf