Terug naar de inhoudsopgaaf

HET DAGELIJKS LEVEN IN HET OUDE ROME

4. ONTSPANNING IN HET OUDE ROME

A. ROMEINSE SPELLETJES

a. Spelletjes van volwassenen

Kansspelen op de openbare weg waren bij wet verboden: alle kansspelen moesten binnenshuis beoefend worden. Dat gebeurde dan vaak in een achterkamer van een kroeg, maar daartoe was dan wel de toestemming van de kroegbaas vereist. En niet ten onrechte, want in geval van ruzie onder de spelers die vaak uitliep op het kort en klein slaan van de inboedel op de hoofden van de medespelers kon de kroegbaas geen klacht neerleggen en moest hij zelf voor alle kosten opdraaien omdat hij het kansspel op eigen risico had toegestaan.

Welke kansspelen hielden de Romeinen in hun ban? Soms erg simpele spelletjes. Kruis of munt raden als een geldstuk omhoog werd geworpen vr het was neergevallen. Even of oneven raden, waarbij twee spelers tegelijkertijd een willekeurig aantal vingers van een hand moesten tonen, terwijl ze net voordien hadden moeten raden of het totale, door beide spelers getoonde aantal vingers even of oneven zou zijn. Zolang men deze spelletjes zonder inzet van geld speelde, werden ze, zelfs op de openbare weg, getolereerd.

Wat nooit getolereerd werd in het openbaar, was het spel met dobbelstenen, ook al waren Augustus, Caligula, Claudius en Nero (om alleen die keizers maar te noemen) echt bezeten door het dobbelspel. De reden voor het verbod ligt evenwel nogal voor de hand: zoals bij het moderne pokerspel kon de inzet bij dobbelen oplopen tot een equivalent van tienduizenden franken! In zijn eerste satire spreekt Juvenalis geschandaliseerd over de waanzin van sommige spelers, die een verlies van vele honderden sestertin bij het dobbelen doodnormaal vonden, maar het even normaal vonden dat hun slaven buiten op hen moesten wachten in de kou, rillend in hun dunne tunica, omdat er voor hun winterkledij niets afkon... En in de elfde satire weet hij ons te vertellen dat meer dan een Romein zijn ganse fortuin bij het dobbelen verloren had...

De Romeinen kenden ook intelligentiespelen, zoals ons schaken of dammen, die op borden werden gespeeld; zo'n in een marmeren steen gekrast bord werd teruggevonden buiten de Basilica Iulia op het Forum Romanum. De spelregels en de gebruikte schijven of stukken zijn ons evenwel compleet onbekend.
 

b. Spelletjes van kinderen

De kinderspelen waren in de Romeinse tijd dezelfde als in alle andere tijden vr de intrede van elektrisch en elektronisch speelgoed. Zo werden er huisjes gebouwd door kleine Romeintjes, reden ze op stokpaardjes rond, speelden ze krijgertje of blindemannetje of tikkertje; ze schommelden, ze zaten op de wip, lieten een vlieger op, speelden met tollen, hoepels, poppen of karretjes, sprongen touwtje...

Maar Romeinse kinderen speelden ook graag kruis of munt, of even of oneven, zoals de volwassenen. Bij even of oneven verliep het spel evenwel als volgt: een van de kinderen hield een aantal nootjes of keitjes in de vuist en liet de anderen raden of het aantal even of oneven was.

Ook het notenspel was erg geliefd bij de kinderen: iedere deelnemer moest een hoopje maken met vier noten (drie onder, een bovenop); dan mocht elke deelnemer een of meer pogingen ondernemen om met een andere noot de hoopjes van zijn concurrenten uit elkaar te gooien. Indien hij daarin slaagde, waren de noten van de uiteen gegooide hoopjes voor hem.

Een ander notenspel was, evenals het vorige, gebaseerd op handigheid: je moest nootjes door de hals van een kruik mikken.

Terug naar de inhoudsopgaaf