Terug naar de inhoudsopgaaf

HET DAGELIJKS LEVEN IN HET OUDE ROME

4. ONTSPANNING IN HET OUDE ROME

D. HET THEATER

De bevolking van Rome was, door de frequente bezoeken aan amfitheater en circus, gewoon geraakt aan opwindende schouwspelen en sterke emoties. Geraffineerdere en rustigere manifestaties zoals toneelopvoeringen vielen duidelijk minder in de smaak.

In het Rome der keizers werden de schitterende theaters eigenlijk relatief weinig gebruikt. Toch waren het theater van Pompeius (17.800 toeschouwers), het theater van Balbus (11.500 toeschouwers) en het theater van Marcellus (20.500 toeschouwers) vaak volgelopen in de laatste decennia vóór Christus, maar nu was de smaak van het publiek, in korte tijd eigenlijk, fel veranderd.

De prachtige tragedies en de leuke komedies werden nog slechts af en toe opgevoerd; in de theaters kon men in de Keizertijd vooral mime bewonderen. Het repertoire van mimekunstenaars bestond uit enerzijds een aaneenschakeling van hoogtepunten en sterke momenten uit de antieke tragedies, niet zelden zeldzaam bloederige scènes die niet meer als bodeverhaal verteld werden, maar "live" werden opgevoerd met veel verve en verf, en anderzijds korte komische stukjes, overgenomen uit de antieke komedies, maar bewerkt om er wat meer vaart en humor in te brengen.

Slechts met die middelen kon men het publiek nog naar het theater lokken en het moet gezegd dat vooral vrouwen in vervoering raakten door dit genre van opvoeringen. Juvenalis schrijft daarover, misschien lichtelijk overdrijvend, het volgende (Satire VI, passim):

"Zie je ooit in de porticus van een theater een vrouw om mee te trouwen? Zit er in een theater op een van die vele plaatsen een exemplaar om voor een huwelijk in huis te halen? Want als de acteur Bathyllos met zwoele gebaren 'Leda' danst, dan raken de vrouwen zo verhit dat Tuccia nat wordt waar ze zit, dat Apula langoureus kreunt alsof ze klaarkomt; Thymelè is een en al aandacht: inderdaad, het buitenmeisje Thymelè kan hier veel leren!
In de maanden dat er geen voorstellingen zijn en dat er stilte heerst in de theaters vlak bij de drukbezochte pleinen, zitten de vrouwen thuis te kwijnen, kwijlend denkend aan maskers en halfnaakte dansers... Aelia smacht naar de acteur Urbicus, die toch zo goed vrouwenrollen kan spelen; maar ja, ze heeft geen geld om hem uit zijn kleren te krijgen, want dat kost een fortuin!
Dit soort vrouwen verstoren een aria van de lekker ogende Chrysogonos of onderbreken een tragedie; dacht je echt dat die vrouwen zich zouden tevreden stellen met een dorre droogstoppel als Quintilianus?
Jij houdt zielsveel van je vrouwtje? Mooi! Toch wordt een of ander artiest de vader van je kind. Zet bij het geboortefeest de straat maar vol met rijen tafels, hang maar slingers aan je deur! Toch zul je moeten toegeven dat je kind, in zijn met schildpad ingelegde wieg, erg veel weg heeft van de playboy van het ogenblik!"

De roem die de mimespelers ten deel viel, valt af te leiden uit menige grafinscriptie, zoals de volgende:

"Lieve mime Protogenès, slaaf van Cloelius, met je grappen heb je het publiek zo vermaakt!"

Maar ook de geleerde Quintilianus, door Juvenalis hierboven een dorre droogstoppel genoemd, auteur van een lange verhandeling over de retorische opleiding, is erg onder de indruk van hun begaafdheid (De institutione oratoria, X passim):

"Hun handen vragen en beloven, roepen naar zich en sturen weg; hun gelaat drukt huiver, angst, vreugde, aarzeling, spijt, ingetogenheid uit; ze sporen aan en ze kalmeren, ze smeken en ze staan toe; ze hebben een vermogen tot uitbeelden dat elk woord overbodig maakt."

Terug naar de inhoudsopgaaf